Vandaag begonnen we de rit met een bezoek aan Skagen (ja, van de uurwerken!). Skagen ligt hier 30 km vandaan en wordt beschouwd als het meest noordelijke punt van Denemarken. Helemaal juist is dat niet, want Grenen (dicht bij Skagen) mag dat zeggen. Daar komen de Noordzee en de Baltische Zee samen.
In Skagen hebben we gekuierd door de verkeersvrije zone alvorens naar By og Egnsmuseum te gaan. Dat is een openluchtmuseum dat in het weekend gesloten is. Toch hebben we enkele kiekjes kunnen nemen.
Het openluchtmuseum (hier onder): tussen 16e en 18e eeuw gebouwd (geel, rood of zwart gekleurd naarmate de mode van die tijd)
Ook veel hedendaagse huizen worden nog steeds in het geel gekleurd.
Grenen, een dorp 3 km verder, mag veel toeristen verwachten : we zijn op de rand van Denemarken!
De rit ging verder naar de Tilsandede Kirke. In de middeleeuwen moesten de katholieken de kerk vrijwaren van zand om hun geloof te kunnen belijden. Toch raakte de kerk beetje bij beetje onder het zand bedolven. Alleen de toren is nog te zien. Die werd wit geverfd zodat de vissers zich goed zouden oriënteren.
Daarna reden we naar de “sandmilen”, of zandduinen.
Ook de Rabjerg Mile mocht niet ontbreken. Deze duin verplaatst zich elk jaar een tiental meters!
Met het zand nog in de schoenen, reden we naar Saeby. Deze badplaats kent bevallige, lage huisjes.
Als laatste komt het Voergard-kasteel aan bod. Het kasteel ligt midden een uitgestrekt park dat door water is omringd. Het oudste deel dateert uit 1481, maar is toch vooral een renaissancegebouw. De laatste eigenaar bracht uit Frankrijk een rijke verzameling kunst mee om het “huis” in te richten.
Moe, maar tevreden over deze goedgevulde dag!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten